Taal-ig

Al een paar weken werkt de groep van de basiseducatie Kempen ook mee aan het project KIJK KIND.

Marit begint. Stefan is er nog niet; Iedereen wacht tot ze iets zegt. Ze stelt zichzelf voor. Iedereen is stil en knikt beleeft. Ze lachen. Het zal wel goed zijn.

gedag zeggenIedereen moet in een cirkel komen staan. Wat heb je nodig om toneel te spelen? Voorzichtig komen de antwoorden: een goed verhaal, blij/boos/verdrietig, kijken, horen, lichaam, energie. Iemand die een project bij Stefan vorig jaar al had gevolgd roept; anticiperen!

Verbeelding is het woord dat Marit zoekt. Oei oei, dat is een moeilijk woord. We gebruiken het toch. In het Nederlands legt ze uit wat ‘verbeelding’ is. Doen alsof. Je voorstellen. Je inleven. Daar heb je verbeelding voor nodig. Het is stil. Dat is wennen. Zij moeten wennen, Marit moet wennen. Ze knikken beleefd. Sommigen zijn alleen stil. Anderen zoeken elkaar met hun ogen. Waar denken ze aan? Plots lijkt dat een interessante vraag. Alsof een andere taal je ook automatisch een ander denken geeft, een andere manier van doen. Alsof taal niet de enige hinder in de communicatie is. Zo staan ze naar Marit en naar elkaar te kijken.

Een opdracht. Er is een onzichtbare bal. Die gooi je over en weer. Als je de bal aangegooid krijgt, zeg je de naam van degene van wie je de bal kreeg. Daarna zoek je iemand om de bal naar toe te gooien. Dan zeg je je eigen naam. Jouw naam wordt dan herhaald door degene die de bal vangt, en hij/zij gooit de bal weer door naar iemand anders en noemt zijn eigen naam, enz. .

IMG_1659Het duurt even voor de oefening duidelijk is. Er wordt wat gelachen. De bal gaat langzaam van hand tot hand met gestruikel van tongen over namen uit vreemde, andere talen. Maar het lukt. Ondanks het gelach zijn de pogingen oprecht. Ze willen elkaars namen en hun eigen naam recht doen, het goed uitspreken.

Nu nog eens en met meer energie, weet je nog? Energie en concentratie (oei oei nog een moeilijk woord). De sfeer is losser, de namen zijn genoemd, de oefening is duidelijk. Er is weer wat ruimte voor adem. Het ongemak maakt plaats voor een lichte concentratie. De bal vliegt vlot van hand tot hand en gaat van tong tot tong.

Een vraag; wat doe je als je iemand tegen komt die je niet wilt tegen komen? Oeps. Dat wordt niet in één keer begrepen. Iemand en iemand en dan? Marit laat het zien met een deelnemer. Stilaan beginnen een aantal deelnemers het te begrijpen. Twee vrijwilligers beginnen. Ze lopen naar elkaar toe vanaf de zijkanten van het toneel. Iets voor het midden groet de één de ander. De ander wil diegene liever niet tegen komen en probeert hem/haar te ontwijken.

positief negatiefDe eerste twee doen er even over voor ze het door hebben. Marit doet er ook even over om het duidelijk te maken; handen en voeten doen mee. Het lukt. Ze spelen de scène, krijgen een applaus en gaan zitten. De volgende twee komen ook; tot de laatste geweest zijn.

Patricia wil niet. Ze heeft nog nooit theater gespeeld zegt ze. Nog nooit. Probeer toch maar. De anderen hebben ook niet veel toneel gespeeld. Patricia speelt het vol uit dat ze iemand niet wil tegen komen. De mensen aan de kant reageren enthousiast. Geen excuses meer, je speelt, en hoe.

Onder veel gelach en over enkele kleine drempels heen ontstaan de ongewilde ontmoetingen. Nu allemaal door elkaar. Kom elkaar tegen en groet of ontwijk elkaar. Ze draaien steeds dichter en dichter naar elkaar. Ze proberen elkaar te ontwijken maar de cirkel wordt kleiner en kleiner.

begroetenNog eens doen. Nu met meer energie en gebruik van de hele ruimte. Niet enkel van achter blijven staan; beweeg! Spring opzij voor elkaar, bots tegen niemand.

Al snel is de lach daar. De concentratie- en de energieboog zijn rap op. Logisch; toneel spelen is topsport. Het vraagt veel van je om zowel fysiek als mentaal mee te doen; je eigen mens-zijn te gebruiken.

Dan is Stefan daar. We laten de ontmoetingen zien; hij vindt het mooi.

Hij begint een volgende oefening. De negatieve en de positieve energie. Stefan spreekt snel in volle Nederlandse zinnen. Hoewel niet iedereen het in één keer verstaat, is iedereen op zijn gemak; Stefan’s energie is gekend en dat is wat telt. Dan doet taal er niet toe, want Stefan is iemand die je kent en vertrouwt.

Hij vraagt op welke manieren je iemand kan begroeten? Twee deelnemers doen een poging. Vijf verschillende begroetingen maken ze. Eerst elkaar een kus geven, op de wang. Dan een ‘hiiieee’ en een slap handje dat je en beetje naar je toe trekt. Ook een gemaakte lach is een begroeting die je al wel eens gebruikt.

woordHij speelt de positieve energie en Vera vraagt hij om de negatieve energie te spelen. Hij vraagt haar om te proberen haar negatieve energie over te brengen op hem. Hij verweert zich al lachend. Zij probeert. Eerst is het wat ongemakkelijk, maar dan snapt ze het en verdwijnt de zenuwachtige lach. Al gauw is iedereen er mee weg.

De ene helft van de groep gaat aan een kant staan, de andere helft aan de andere kant. De positieven en de negatieven. De mensen aan de positieve kant gaan vanachter staan en lopen zo positief mogelijk naar voren toe. Door de gemaakte glimlachen heen, breekt her en der een echte lach door. FREEZE. De positieven ‘bevriezen’ in de houding zoals ze staan. De negatieven zijn aan de beurt. Langzaam komen ze naar voren met gebogen ruggen en hoofden. De lach is nooit ver, maar de concentratie neemt de overhand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s